BEHANDELINGEN | WERVELKOLOM

SPINALE ONCOLOGIE: UITZAAIINGEN (METASTASEN) NAAR DE WERVELZUIL

Spinale oncologie: uitzaaiingen (metastasen) naar de wervelzuil

 

Ongeveer 10 tot 20% van patiënten met kanker ontwikkelen uitzaaiingen naar de wervelzuil die klachten veroorzaken. De meest frequente gezwellen die uitzaaien naar de wervelzuil zijn borstkanker, longkanker, prostaatkanker, nierkanker, melanoom, schildklier- en darmtumoren. Ook bepaalde kwaadaardige bloedziekten kunnen uitzaaien naar de wervelzuil.

 

Deze uitzaaiingen (metastasen) komen het vaakst voor ter hoogte van wervels van de borstkas, minder ter hoogte van de lage rug en zelden ter hoogte van de nek.

 

Gezien er voortdurend betere behandelingen ontwikkeld worden voor deze verschillende types van kanker is er een steeds betere overleving en zien we meer en meer patiënten die symptomen ontwikkelen van uitzaaiingen naar de wervelzuil.

Klachten en symptomen

Pijn:

I. Lokale pijn door groei van de uitzaaiing (metastase) die druk veroorzaakt in de wervel. Meestal ’s ochtends en ’s nachts, wordt niet erger bij bewegen. Knagende pijn.

 

II. Uitstraling door druk op zenuwen in het ruggenmergkanaal: scherpe, schietende pijn in arm, been of ter hoogte van de borstkas

 

III. Mechanische pijn: door instabiliteit in de wervelzuil, veroorzaakt door de metastase. Dit is een hevige pijn die bewegingsgebonden is. Beter bij rusten en plat liggen.

 

Instabiliteit:

Op basis van uitgevoerde beeldvorming (CT, MRI scan) en de klachten van de patiënt kan men een inschatting maken over de mate van instabiliteit. Op deze manier proberen we het risico in te schatten op een plotse breuk van de wervel die druk op het ruggenmerg en verlamming tot gevolg kan hebben.

 

Neurologische symptomen:

Met neurologische symptomen bedoelen we verschijnselen die ontstaan door druk op de zenuwen of het ruggenmerg. Naast pijn kan dit ook belangrijke functionele gevolgen hebben zoals verlammingen, verminderd gevoel en incontinentie.

Behandeling

Het doel van de behandeling is voornamelijk het bewaren van de neurologische functies van de patiënt waarbij we willen voorkomen dat er plotse druk op het ruggenmerg of de zenuwen ontstaat met mogelijks verlammingen tot gevolg. Daarnaast proberen we ook de pijn onder controle te brengen.

 

Welke behandeling wordt toegepast hangt af van een aantal factoren:

 

  • Neurologische functie: reeds verlamming aanwezig of niet

 

  • Oncologisch: hoe ver gevorderd is het kankerstadium van de patiënt

 

  • Mechanische factoren: wervelzuil stabiel of instabiel door uitzaaiing

 

  • Systemische factoren: andere ziekten zoals hartproblemen, longziekten, bloedstollingsstoornissen

 

Het gaat hier dus om een complex geheel van factoren op basis van dewelke we een beslissing nemen. Daarom vindt er altijd een overleg plaats waarbij wij als dienst neurochirurgie zowel met de behandelend oncoloog van de patiënt als met de dienst radiotherapie het volledige dossier bespreken en tot een gezamenlijk besluit komen over wat de beste behandeling is voor de patiënt.

 

Deze behandeling kan gaan van enkel een eenmalige zeer gerichte bestraling tot een uitgebreide operatie waarbij het ruggenmergkanaal wordt opengemaakt om de druk op het ruggenmerg en de zenuwen te verminderen. Gezien de behandeling bij elke patiënt verschillend is, wordt dit in een uitgebreid gesprek met de patiënt en zijn/haar familie toegelicht en besproken.

NeurochirurgieGroep

GZA Ziekenhuizen Campus Sint-Augustinus

Oosterveldlaan 24 - 2610 Wilrijk

03/443 37 71  |  info@neurochirurgiegroep.be

Neurochirurgiegroep logo
Neurochirurgiegroep logo