BEHANDELINGEN | HERSENEN

HERSENBLOEDING

Hersenbloeding

 

Er zijn verschillende types van hersenbloedingen. Eerst en vooral is er een onderscheid tussen bloedingen buiten de hersenen (extracerebraal) en bloedingen in de hersenen (intracerebraal).

 

Vervolgens is er bij extracerebrale bloedingen nog een onderscheid tussen epidurale en subdurale bloedingen. Epidurale bloedingen bevinden zich tussen de schedel en het buitenste, harde hersenvlies (dura). Subdurale bloedingen zijn bloedingen onder de dura maar nog buiten de zachtere vliezen (spinnenwebvlies en zachte vlies).

Daarnaast zijn er ook nog de subarachnoidale bloedingen, ook wel meningeale bloedingen genaamd. Hier komt bloed terecht in de ruimte tussen het spinnenwebvlies (arachnoidea) en het zachte hersenvlies (pia mater) onmiddellijk over de hersenen.

 

Tenslotte zijn er ook nog ventrikelbloedingen, wanneer er bloed terecht komt in de hersenvochtkamers.

 

Oorzaken

  • Schedel-hersentrauma bv. ongeluk, slag tegen het hoofd. Een ernstig trauma kan de oorzaak zijn van een acuut epiduraal of subduraal hematoom. Een kleiner trauma kan soms een chronische subdurale bloeding tot gevolg hebben.
  • Het barsten (ruptuur) van een aangeboren misvorming van bloedvaten van de hersenen veroorzaakt een subarachnoidale of een intracerebrale bloeding, afhankelijk van de ligging van het misvormde bloedvat.
  • Bij oudere patiënten worden wel eens intracerebrale bloedingen veroorzaakt door de combinatie van vervetting van bloedvatwanden en een te hoge bloeddruk.
  • Bloeding na hersenoperatie.

Klachten en symptomen

De symptomen kunnen verschillen naargelang het type van hersenbloeding.

 

Een acuut subduraal of epiduraal hematoom gaat gepaard met klachten van toenemende hoofdpijn door de toenemende druk van de bloeding op de hersenen, gevolgd door sufheid en uiteindelijk bewusteloosheid. Na zware traumata bv. ongeval zien we vaak een hoofd-schedelwonde en snel evoluerende bewustzijnsdaling tot zelfs diepe coma over verloop van uren.

 

De symptomen van een chronische (traagverlopende) subdurale bloeding (meestal bij oudere patiënten) zijn volledig anders: onverklaarde karakterstoornissen, gedragsstoornissen, incontinentie en/of wat sufheid. Meestal kan de patiënt of familie zich in de maanden of weken voordien een klein hersentrauma zoals bv. een val op het hoofd herinneren.

 

Klachten van acute hoofdpijn, nekpijn, misselijkheid, braken en sufheid kunnen wijzen op een subarachnoidale bloeding. De symptomen lijken erg op die van een hersenvliesontsteking (meningitis) omdat hier een meningeale prikkeling ontstaat door contact van bloed met de zachte hersenvliezen en het hersenvocht. Soms kan zo’n subarachnoidale bloeding oorzaak zijn van een plots overlijden bij jonge mensen.

 

Plotse verlamming, spraakstoornissen en/of gezichtsstoornissen al dan niet gepaard gaande met bewustzijnsstoornissen kunnen wijzen op een intracerebrale bloeding met vernietiging van een bepaald hersengebied. De symptomen zijn gelijkaardig aan die van een herseninfarct.

Operatie

  • Bij acute subdurale of epidurale hersenbloedingen met snelle bewustzijnsdaling moet er zo snel mogelijk geopereerd worden.

 

  • Bij de operatie wordt een groot boorgat of een luikje (craniotomie) gemaakt bovenop de plaats waar volgens de scan de bloeding (het hematoom) zich moet bevinden. Zo ziet de neurochirurg meteen de stolsels die de dura en de eronder gelegen hersenen naar binnen hebben gedrukt. De stolsels worden verwijderd en de bloedende slagader wordt opgespoord en gecoaguleerd. Wanneer de operatie op tijd gebeurt, is het herstel over het algemeen goed.

 

  • In geval van een intracerebrale bloeding bij oudere patiënten wordt eerder afgewacht aangezien meestal toch geen herstel kan worden verwacht. Enkel wanneer de bloeding zo groot wordt qua volume dat ze levensbedreigend bedreigend wordt, wordt er operatief ingegrepen.

 

  • Anders is het met de oudere patiënt met een chronische subdurale bloeding. Hier kan een operatie wel degelijk zijn/haar vroegere toestand herstellen en wordt dan ook niet geaarzeld om de ingreep uit te voeren.

 

  • De operatie voor dit type van bloedingen verloopt een beetje anders: via een klein sneetje in de hoofdhuid worden één of enkele boorgaten of een klein beenluikje gemaakt precies boven de plaats waar het hematoom zich volgens de CT- of MRI-scan bevindt. Via het boorgat wordt een gaatje in de dura geknipt. Door het gaatje in de dura wordt een slangetje in het hematoom gebracht en hierlangs wordt het hematoom weggespoeld. Tenslotte wordt het slangetje aangesloten op een redon dat gedurende enkele dagen blijft zitten. De redon wordt meestal na enkele dagen verwijderd als het reservoir zich niet meer vult.

 

  • Moeilijker is de situatie in geval van een subarachnoidale bloeding. Bij klinisch vermoeden wordt zo snel mogelijk een CT-scan hersenen uitgevoerd. Hierop is meestal zone van subarachnoidaal bloed te zien. Aansluitend wordt dan een vaatonderzoek van de hersenen gepland. Dit kan via CT/MR angio of via cerebrale arteriografie.

 

  • Intracerebrale bloedingen bij jonge patiënten zijn per definitie verdacht en worden verder onderzocht op onderliggende vaatafwijking. Meestal gaat het dan om een aangeboren vaatkluwen (AV-malformatie) of een caverneus angioom. Ook in deze gevallen zal overleg nodig zijn om de juiste behandelingstechniek te kiezen.

NeurochirurgieGroep

GZA Ziekenhuizen Campus Sint-Augustinus

Oosterveldlaan 24 - 2610 Wilrijk

03/443 37 71  |  info@neurochirurgiegroep.be

Neurochirurgiegroep logo
Neurochirurgiegroep logo